Geschiedenis van de Hilversumsche Golf Club

Voor de Hilversumsche Golf Club staat het jaar 2010 vooral in het teken van het eeuwfeest. Honderd jaar geleden verkreeg de vereniging rechtspersoonlijkheid. Maar haar wortels gaan veel verder terug, zo blijkt uit diverse bronnen. Nadat in 1893 de Haagsche was ontstaan en een jaar later de Doornsche (nu de Pan), kwamen in 1895 in Velp (de Rosendaelsche) en Hilversum golfactiviteiten van de grond. Voor de Hilversumsche getuigt daarvan onder meer een foto uit 1896.

Het golfspel werd in de pionierstijd beoefend onder primitieve omstandigheden. Dat geldt zeker voor de Hilversumsche. De eerste baan, gelegen naast de voormalige Hilversumse gasfabriek, was een schamel geheel. Dat werd nauwelijks beter na verhuizing in 1912 naar een terrein nabij de Crailoose Brug, waar werd gespeeld tot 1922. Wel had de club op de tweede locatie een behoorlijk clubhuis en zelfs al telefoon. Fairways en greens werden gevormd door afgeplagde heide. Gras zaaien was te duur; het bleef bij enige proeven. Op de harde, kale grond kon de bal enorm ver doorrollen, tenzij een takje of een ander obstakel dat voorkwam. Zulke obstakels waren bijvoorbeeld graspollen die her en der op deze fairways de kop opstaken. Men liet ze expres staan, zo blijkt uit oude notulen: “uit sport oogpunt, omdat de pollen het doorrollen tegengaan.”

1900

De leden lieten zich bepaald niet ontmoedigen door de weinig florissante entourage. Er werd intensief geoefend en gespeeld, getuige bijvoorbeeld cijfers uit 1916 over lessen bij de professional Hill (606) en rondes (4360). Het ledental groeide uit tot boven de honderd, wat aanleiding gaf om plannen te maken voor uitbreiding van 9 naar 18 holes. Uitvoering bleef achterwege, omdat op aandrang van diverse leden een aantrekkelijker vestigingsplaats werd gezocht en gevonden aan de Soestdijkerstraatweg. Eerst werd gedacht aan de noordkant daarvan te kunnen neerstrijken op grond van de Erven van den Wall Bake, gevestigd op het landgoed Heidepark. Maar dat liep spaak omdat een van de erven het uit den boze vond om grond af te staan aan een sportclub, want: ”dat zou maar gejoel en geschreeuw op Zondag geven. En misschien nog toeloop van publiek.”

In plaats daarvan werd in de nabijheid een terrein gehuurd aan de zuidzijde van de weg. Daar speelt de Hilversumsche nog steeds; de grond is nu eigendom. In 1922 werden er 9 holes in gebruik genomen, ontworpen door Henry Burrows (als pro werkzaam op de Doornsche). Het bracht de leden een ongekende weelde: gras op fairways en greens! Burrows benutte zijn ‘local knowledge’ om op zijn eigen schepping beslag te leggen op het Open Kampioenschap van Nederland (later kortweg ‘het Open’), toen dat in 1923 voor het eerst in Hilversum werd gehouden. Enkele jaren later (1926) maakte verdere grondaankoop uitbreiding naar 18 holes mogelijk. De (toen al) vermaarde baanarchitect Sir Harry Shapland Colt ontwierp op de nieuw verworven grond 10 holes, die sedert 1928 in gebruik zijn. We kennen ze nu als  3 t/m 7 en 13 t/m 17. Grote aanpassingen van de baan in 1954, 1965 en 2009 hebben op deze holes nauwelijks invloed gehad, zodat de oorspronkelijke lijnen en elementen van Colts visie nog duidelijk kunnen worden herkend.

(foto) In 1929 werd ‘het Open’ in Hilversum voor het eerst gespeeld over 18 holes. Het sportblad De Corinthian deed er uitgebreid verslag van.

 

18 Holes

Sinds de uitbreiding naar 18 holes is de baan gelegen in twee provincies, aan weerszijden van de Hollandse Sloot, de onverharde weg die vanaf Groot Kievitsdal richting Boschoord loopt. Door deze situatie doet zich de bijzondere mogelijkheid voor dat de bal op de 2e hole met een ferme slice Noord-Holland verlaat en neerkomt in Utrecht. Vanaf de 3e hole is een omgekeerde escapade denkbaar.

In 1933 werd een fraai clubhuis met rieten kap betrokken, ontworpen door de architect J. Baanders. Het verving het oude houten clubhuis, dat vanaf Crailoo was meeverhuisd en een jaar eerder in vlammen was opgegaan.

De brand

De vereniging kwam door een gelukkige omstandigheid goed door de oorlogsjaren heen. Andere clubs, vooral in de kuststreek, verging het soms veel slechter. Een Duitse luchtmachtofficier, gelegerd op vliegveld Loosdrecht, had toestemming gevraagd en gekregen om op de Hilversumsche te mogen spelen. Hij onthield zich discreet van  contact met de leden of gebruik van het clubhuis, maar wist in z’n eentje wel te voorkomen dat de bezetter zich voor militaire doeleinden ‘ontfermde’ over de baan of er hout ging hakken. Begrijpelijkerwijs viel Canadese officieren na de bevrijding een beduidend gastvrijer onthaal ten deel. Van het aanbod om op de baan te komen spelen werd denkbaar gebruik gemaakt. In ruil zetten zij legertractoren in om de baan weer speelkaar te maken en bevoorraden ze het buffet tegen mess-prijzen (whisky-soda bijvoorbeeld kostte zodoende maar een kwartje). Het clubleven kon zich snel herstellen.

Een aantal getalenteerde jongeren – Godard van Reede, Joan Dudok van Heel, Jani Roland Holst en Robbie van Erven Dorens – begon met veel succes hun naam en die van de Hilversumsche hoog te houden tot over de grenzen. Weinig later liet Alice Janmaat evenzeer van zich spreken. Tijden van groei moesten nog aanbreken. Golf stond in Nederland nauwelijks in de belangstelling. Rond 1960 waren er ongeveer 3300 spelers en speelsters en een twintigtal clubs. De Hilversumsche bereikte in dat jaar een ledental van 300, zo’n 100 meer dan 25 jaar eerder. De contributiesom was niet toereikend voor wenselijke investeringen in machines en vooral beregening. Het bestuur wekte de leden dan ook op om mensen in hun kennissenkring warm te maken voor het lidmaatschap. Een van de damesleden wist er liefst drie aan te werven. Het bestuur liet haar prompt een bloemstuk liet bezorgen!
De leden werden in oktober 1965 opnieuw opgeschrikt door brand. Ook het tweede clubhuis ging verloren. Voor de nieuwbouw viel de keuze niet op een rustieke schepping maar op een eigentijds ontwerp van de architect H. Vriend. Het is sinds 1968 in gebruik.

Pas in de jaren zeventig begon zich in ons land, zo ook in het  Gooi, meer belangstelling voor de golfsport af te tekenen. Dat is in de volgende decennia omgeslagen in zo’n onstuitbare opmars dat golf nu de derde sport van het land is, op weg naar 350.000 beoefenaren. Die spectaculaire ontwikkeling is uiteraard niet aan de Hilversumsche voorbij gegaan. Bloemen van het bestuur hoeven er allang niet meer aan te pas te komen als er nieuwe leden worden ingeschreven. Gegadigden te over.
Als veelvuldig gastheer van ‘het Open’ heeft de club in eigen huis de grote aantrekkingskracht van golf ruimschoots ondervonden. Alleen al tussen 1994 en 2005 heeft de bezoekersstroom, oplopend tot ruim boven de 10.000 op topdagen, tien maal koers gezet naar Hilversum. Dit jaar herhaalt zich het spektakel.  Voor het ‘KLM Dutch Open’ kwamen de professionals in september 2012 voor de 25ste maal op bezoek. Dat was een jubileum op zich en een mooie graadmeter voor de veranderingen die de baan, onder architectuur van Kyle Phillips, heeft ondergaan.

COLT

De Pannekoek, een van de holes die Colt ontwierp. Voor de leden is het de 14e hole, voor de deelnemers aan ‘het Open’ de 5e hole.